Participatiewet

 

 

 

 

De Participatiewet, met afstand de wet met de mooiste naam.

 

Participeren is meedoen. En meedoen is fijn. Vooral als je dat op de arbeidsmarkt om wat voor reden niet kunt- of doet en dus ondersteuning nodig hebt om de weg naar de arbeidsmarkt (terug) te vinden. Voor degenen die zich structureel aan de kant van de maatschappij (gezet) voelen, soms ook wanen, lijkt deze op 1 januari 2015 ingevoerde wet dan ook een prachtig iets. Met als doelstelling om mensen die tot nu toe weinig kansen kregen toegang te verschaffen tot een volwaardige plek op de arbeidsmarkt, is het dat ook. Kansen voor hen die al niet meer in kansen geloofden. Evenals emancipatie en opheffen van stigmatisering van deze groep. Saamhorigheid en voldoening door bij te dragen aan de samenleving. Helaas kent de praktijk altijd een keerzijde. Zeker als de immer zwaarwegende factor geld de overhand neemt en er uiteindelijk op veel punten voorbij wordt gegaan aan het doel van deze ambitieuze wet. Effectiviteit en winstgevendheid kunnen sociale verantwoordelijkheid, sociaal ondernemerschap overschaduwen. De wel degelijk mogelijke positieve werking kan zo bij voorbaat worden ingedamd.

Bijstandsgerechtigden en mensen met een fysieke of geestelijke beperking worden verplicht tot werk dat niet in alle gevallen passend is. Vaak gaat het om tijdelijk, saai en/of onderbetaald werk. Natuurlijk kan gesteld worden dat werk, werk is en bij voldoening onbetaalbaar, maar als mensen zich gebruikt of gedwongen voelen tot iets wat voor hen niet goed voelt, kan dat niet bevorderlijk zijn voor hun welzijn en daarmee is de samenleving als geheel ook absoluut niet gebaat. Als dan bovendien blijkt dat de wet werkgevers een slinkse manier biedt om de eigen werknemers te vervangen door aanzienlijk goedkopere krachten, gebeurt het tegendeel van wat de wet juist beoogde. Arbeidskrachten die allang “meededen” mogen dat ineens niet meer ten behoeve van mensen die het op die manier eigenlijk ook helemaal niet willen.

In plaats van een oprechte mogelijkheid krijgen om mee te doen, te participeren en zich te ontwikkelen, met het goede gevoel dat daarmee gepaard gaat, wordt men juist bevestigd in de niet te benijden rol van underdog. En worden er dus en passant nog meer mensen in die rol geduwd, omdat het financieel lucratiever is om mensen in het kader van deze wet in te zetten in plaats van goed werkgeverschap ten opzichte van de eigen werknemers te tonen.

In ons prachtige Oldambt, waar zoveel mensen al dat moois, dwars door hun armoede, ziekte, schuldenlast en laag zelfbeeld, niet eens meer kunnen zien, zou de Participatiewet een opwaartse zwengel in hun vicieuze cirkel kunnen zijn. En wellicht is het dat in veel gevallen ook, maar voor een deel betekent het ook het extra benadrukken van de uitzichtloze situatie omdat de hoop op kansen al snel door de realiteit in de kiem gesmoord wordt. Waar er zeker sprake is van een stimulerende, positieve werking, is het ook zo dat mensen zich juist eerder gekleineerd kunnen voelen.

Ieder voordeel heeft een nadeel. Onze voetballegende zei het doeltreffend. En dan nog, hoe iets ervaren wordt is het gevolg van hoe naar dingen gekeken wordt. Wat wil je zien? Is het glas halfvol of halfleeg? Is men in staat te relativeren, te leren en zichzelf zo een werkelijke kans te geven of wentelt men zich in slachtofferschap? Geen wet die daar ook maar iets aan kan veranderen. Die macht ligt uitsluitend bij ons. Of we er gebruik van maken, bepalen we helemaal zelf.

Conclusie:

Voor Oldambt Aktief wordt het tijd dat de participatiewet zo gehanteerd wordt als de bedoeling is en een hulpmiddel moet zijn naar regulier werk en niet als een soort uitzendbureau of tewerkstelling instantie zoals het TDC nu is waar men zwaar onderbetaald wordt en zijn of haar eigen opleiding zelf moet betalen.

Oldambt Aktief zet zich in voor een grotere en betere toegankelijkheid voor de burgers zodat die een beroep op de Participatie kunnen doen.

 

Voor Oldambt Aktief is dit een speerpunt bij de komende verkiezingen.

 

Dé Sociale Democratische Burgerpartij.Oldambt Aktief,

t Ken aans, ’t Mot aans.
Namens O.A Nico Postmus Fractievoorzitter.  Nico met wijsvinger